Technologiebedrijven lijken te denken dat producten gemaakt moeten worden, gewoon omdat het kan.
Richard Glover
Het meest recente voorbeeld van een technische innovatie die het leven slechter in plaats van beter maakt, is mijn nieuwe droger, die belooft dat je nooit meer een timer hoeft te gebruiken. Je kiest gewoon voor ‘kastdroog’ of ‘strijkdroog’ en de sensoren in de machine doen de rest. Alleen: ze doen dat niet, dus de machine zet zichzelf steeds uit met een lading vochtige lakens erin – lakens die je ergens voor middernacht terug op het bed had willen leggen.
Ik kan nog steeds de temperatuur van mijn oven instellen, geef ik toe, maar het ding heeft liever dat ik in het uitklapmenu het soort voedsel kies – gebraden kip, bijvoorbeeld – en dat ik dan het gewicht ingeef, waarna hij zelf voor de rest zorgt. Maar natuurlijk heb je om het menu te gebruiken een ingenieursdiploma nodig, plus een bril die niet beslaat als je voor de oven staat. Oh, en knieën die je toestaan te bukken zodat je het menu überhaupt kunt zien.
Een ander voorbeeld is mijn auto, die alle moderne veiligheidssnufjes heeft, wat betekent dat hij constant klaagt over de manier waarop ik rijd, mijn snelheid en hoe ik stuur, terwijl ik constant instructies krijg als ‘blijf naar de weg kijken.’ Ik dacht dat ik daar een partner voor had. Een schuin aflopende oprit zorgt ervoor dat hij vol in de remmen gaat, omdat de achteruitrijcamera het oppervlak ‘leest’ alsof het een muur is. De auto komt schokkend tot een abrupte stilstand, waarop alle boodschappen van de achterbank de voetenruimte in schuiven. Dat heeft dan weer het voordeel dat het constante gepiep ophoudt, dat al begon toen de auto besloot dat de doos tomaten op de achterbank eigenlijk een persoon was die een veiligheidsgordel had moeten dragen.
Technologie maakt onze levens al een tijdlang slechter. Bij openbare toiletten zijn kranen met handgrepen vervangen door kranen met sensoren, maar ieder merk verstopt die sensor op een andere plek, zodat mensen verschillende dansroutines moeten uitvoeren in de hoop dat het verrekte ding eens aangaat. Op drukke dagen op het treinstation lijkt het wel of er een vroege tai chi-les gaande is. Als het je al lukt om je handen nat te krijgen, dient de volgende uitdaging zich alweer aan: je handen drogen. Dit deed je ooit met een handdoek op een rol, of misschien met papier, maar alles hangt nu af van een apparaat met sensor, dat het vocht van je handen over je kleding blaast.
Wat muziek betreft: lp’s zijn lang geleden al vervangen door cd’s, die een lagere geluidskwaliteit hebben – in ieder geval in de beleving van mijn oren. Recenter werden cd’s weer vervangen door Spotify, met nog slechtere geluidskwaliteit. Iedere innovatie is een achteruitgang.
In deze lange lijst van triomfen is de opkomst van kunstmatige intelligentie de nieuwste ontwikkeling. Opeens wordt een simpele Google-zoekopdracht door AI uitgevoerd, of je dat nu wilt of niet. Nog maar een paar maanden geleden kon je een vraag stellen, bijvoorbeeld over hoe de piramides zijn gebouwd, en daarna een bron kiezen die je vertrouwde. Ach, het Smithsonian zal wel goed zijn. Of beter nog: het Egyptisch Museum in Caïro. Nu geeft AI meteen het eerste antwoord op je vraag, soms met een bronvermelding, vaak ook niet, en altijd met de disclaimer dat ‘AI-antwoorden fouten kunnen bevatten’. Deze ‘innovatie’ scheidt de informatie van haar bron en ontneemt de lezer elke mogelijkheid om de waarschijnlijke juistheid ervan te beoordelen. Het betekent ook dat mensen minder snel de websites bezoeken waar de informatie vandaan komt, wat die websites op den duur de prikkel ontneemt om zulke informatie überhaupt nog te produceren.
Niemand heeft om deze verandering gevraagd. Ze is ons opgedrongen. De reden: commercieel gewin. AI is ook verantwoordelijk voor Microsofts meest irritante innovatie sinds de geanimeerde paperclip uit de late jaren negentig. Net als Clippy duikt Copilot nu ongevraagd op en biedt hulp aan bij het voltooien van de taak waar je mee bezig bent.
Ik vermoed dat sommige mensen ‘ja’ zeggen – zij zijn medeplichtig aan hun eigen verlies aan vaardigheden. De meesten zijn, stel ik me zo voor, zoals ik: we schrijven onze eigen boodschappenlijst, liefdesbrief of essay prima zelf. We zitten daar en gaan gewoon aan het werk, terwijl we Copilot wegmeppen alsof het een bijzonder hardnekkige mug is. Natuurlijk klinken sommige innovaties geweldig. Je kunt nu met een app op je telefoon het licht in huis aan- en uitzetten, wat betekent dat je geen elektricien meer nodig hebt om draden door de muur te trekken naar een schakelaar die in het deurkozijn is geschroefd. Diezelfde app kan ventilatoren en kachels bedienen en zelfs gordijnen openen en sluiten. Dat bespaart natuurlijk een hoop tijd en moeite – tot het moment dat degene met de app op zijn telefoon een avond weg is. Heeft niemand daaraan gedacht?
Maar zoals de ‘techbro’s’ zeggen: ‘De technologie maakt het mogelijk, dus laten we haar de wereld opdringen.’ Dus welkom in de heerlijke nieuwe wereld van de hightech: in het donker zitten, wachten tot je natte lakens droog zijn, terwijl je naar ondermaatse muziek luistert.

