Ingrijpen tegen bruut geweld

Twee aanvallers slaan een man in elkaar. Robert Scheib maakt daar een eind aan.

Annette Lübbers

R

obert Scheib uit het Duitse Langenfeld laat zich niet snel van zijn stuk brengen. De zestigjarige was als tiener al fanatiek bezig met zelfverdedigingssporten en is ook als volwassene altijd fit gebleven. Sinds zijn pensionering heeft hij zijn oude liefde voor karate weer opgepakt.

De voormalig bedrijfsleider en vader van twee volwassen kinderen is op een dag in maart op pad. Samen met zijn vrouw Magdalena fietst hij langs de Maas in Nederland. Het is maar een steenworp over de grens en het echtpaar maakt hier wel vaker een tocht. Scheib spreekt bovendien Nederlands. Ze hebben de auto geparkeerd en fietsen rustig in de richting van Maastricht. Hun jachthond loopt gehoorzaam naast hen. Onderweg passeren ze drie jonge mannen die in een weiland heftig met elkaar lijken te ruziën. Robert Scheib zegt tegen zijn vrouw: “Wat doen ze daar?” “Ze hebben gewoon ruzie”, antwoordt ze.

Hij schudt zijn hoofd. “Nee, er klopt iets niet.” Scheib mindert vaart en kijkt achterom. “Dat is mishandeling”, zegt hij, terwijl hij de hondenriem aan zijn vrouw geeft. Hij stapt van zijn fiets, slingert zijn rugzak van zijn schouders en haalt uit een zijvak een siliconen werpstok – het speeltje dat hun hond Amy zo graag apporteert. Op zo’n vijftig meter afstand staan de drie mannen dicht op elkaar. Eén heeft zijn honkbalpet diep over zijn voorhoofd getrokken, een ander draagt een sjaal voor zijn mond en neus. Die twee vallen de derde man lastig.

Scheib roept: “Laat die jongen met rust!” Maar de belagers kijken niet eens op. Op dat moment struikelt hun slachtoffer en valt achterover. De man met de bedekte mond gaat boven op hem zitten en begint met zijn vuisten op hem in te slaan. Klappen op zijn borst. Klappen tegen zijn hoofd. De man met de honkbalpet schopt de man op de grond tegen zijn zij en vervolgens ook tegen zijn hoofd. Eén keer. Nog een keer.

Er rijdt een bestelbus voorbij. Op de voorbank zitten twee stevig gebouwde jonge mannen. Scheib zwaait naar hen. Ze kijken heel even zijn kant op – en rijden door. Even later passeert nog een auto. “Bel de politie”, roept Scheibs vrouw Magdalena in het Duits tegen een jonge vrouw met een kinderwagen. De vrouw reageert niet. Ondertussen is Robert Scheib tot op vijf of zes meter van de mannen genaderd. De man met de honkbalpet draait zich om en zet een paar stappen in zijn richting.

Scheib reageert instinctief wanneer deze aanvaller op hem afkomt. Dat heeft hij tijdens zijn trainingen in de vechtsport geleerd: beheerst en doelgericht handelen. Hij plant zijn rechtervoet tegen de borst van de aanvaller en slaat hem tegelijkertijd met het hondenspeeltje tegen zijn elleboog. De jonge man gaat onderuit, springt meteen weer overeind en zet het op een lopen. Robert Scheib rent nog een paar meter achter hem aan, maar stopt dan.

De man met de sjaal voor zijn gezicht heeft niet eens gemerkt dat zijn kompaan is gevlucht. Alsof hij buiten zinnen is, blijft hij de jonge man onder zich afranselen. Scheib sprint terug. Op dat moment kijkt de belager op en werpt snel een blik om zich heen. In een flits springt hij overeind en rent weg.

Eindelijk stopt er een auto. Achter het stuur zit een jonge vrouw met een hoofddoek. Haar stevig gebouwde passagier springt eruit. “Kan ik helpen?”, vraagt hij aan Scheib. Robert Scheib knielt naast het slachtoffer. De jonge man trilt over zijn hele lichaam en de tranen stromen over zijn wangen. Uiterlijke verwondingen zijn niet te zien. “Blijf alstublieft bij hem”, zegt Scheib tegen de man die hem te hulp is geschoten. De belager met de sjaal voor zijn gezicht is namelijk zo’n honderd meter verderop blijven staan en probeert de houten steunpaal van een jonge boom los te trekken. Blijkbaar wil hij die als wapen gebruiken.

Scheib zet opnieuw de achtervolging in. “Maak dat je wegkomt!” schreeuwt hij, terwijl hij op volle snelheid op de gemaskerde man afrent. Die kijkt op, laat de paal los en vlucht – dit keer voorgoed. Scheib blijft staan, haalt diep adem en loopt terug naar het slachtoffer en de man die hem te hulp is gekomen. Die ondersteunt de mishandelde jongeman. “Bel je de politie?”, vraagt Scheib. “Nee, dat duurt te lang. We brengen hem zelf naar het bureau”, antwoordt de Nederlander. Robert Scheib geeft hem zijn contactgegevens. Daarna neemt hij de hondenriem weer over van zijn vrouw, die nog altijd trilt van de spanning. Samen gaan ze op een muurtje langs de Maas zitten en halen opgelucht adem. Later zegt Robert Scheib, inmiddels alweer lachend, tegen zijn vrouw: “Laten we schoenen gaan kopen, daar knappen we van op.” En precies dat doet het echtpaar. Later bezoeken ze een kerk om God te bedanken. Scheib doopt het kruisje dat hij om zijn hals draagt in de wijwaterbak. “Om het weer op te laden”, zoals hij het zelf noemt. Rond 10 uur ’s avonds zijn ze weer thuis in Duitsland.

De volgende dag neemt de Nederlandse politie contact met hem op. “De agenten hebben me als getuige verhoord. Daarna heb ik helaas niets meer van de politie gehoord, en ook niet van het slachtoffer.” De Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen heeft hem wel onderscheiden met de Reddingsmedaille voor zijn moedige optreden. Het was niet de eerste keer dat Scheib iemand in nood te hulp schoot. “Mijn vrouw vraagt weleens waarom mij dit altijd overkomt”, zegt hij lachend. “Het lijkt wel alsof ik er altijd ben wanneer iemand hulp nodig heeft.”